Android

(Deel III) ‘Ik was bang dat ik mezelf op den duur iets aan zou doen, omdat de strijd te zwaar werd’

Bergit Eggels

Na een opname van tweeënhalve maand op de moeder-baby-unit, wordt Elsa samen met haar dochter (dan 3 maanden) ontslagen. In deel III vertelt ze over het thuiskomen en leven na de kliniek. ‘Ik ben een betere, krachtigere, versie van mezelf en daarmee ook een betere moeder.’

Lees hier deel I over de zwangerschap en de bevalling en deel II over de opname in de kliniek.

Na tweeënhalve maand opgenomen te zijn, is weer thuiskomen voor iedereen even schakelen. Elsa: “Het leven was daar doorgegaan, ook zonder mij. Mijn man was al die tijd de kapitein op het schip geweest en opeens was ik er ook weer. In het begin had ik nog veel tijd voor mezelf nodig, maar dat werd steeds minder.” Nu, anderhalf jaar, later draait Elsa weer volledig mee in het gezin. “Ik ben weer mezelf. Al ben ik niet meer de Elsa die ik was. Ik was altijd onderweg, maar durf nu ook stil te staan en te voelen. Nu ben ik een veel krachtiger persoon; een betere versie van mezelf en daarmee ook een betere moeder.” 

“Ik ben een betere versie van mezelf en daarmee ook een betere moeder”

Impact

Al heeft haar depressie en opname nog altijd grote impact op de kinderen. “Wij hebben begeleiding gekregen van een kinderpsycholoog over hoe om te gaan met de middelste. Hij klampt zich aan me vast. Is altijd bang dat ik weer wegga. Voor hen is die hele periode traumatisch geweest: met drie en vier jaar hechten kinderen zich het meest. Ik moet ze het vertrouwen teruggeven: mama is weer beter, mama gaat werken en komt daarna gewoon weer naar huis.” 

Ook haar relatie heeft een flinke opdonder gehad. “We zijn elkaar echt kwijt geweest en we zijn er nog altijd niet helemaal.” Toch overheerst de trots. “We zijn echt een team samen, dat hebben we wel bewezen. We maken bewust tijd voor elkaar om elkaar weer te leren kennen, zelfs weer opnieuw verliefd te worden.”

Reacties

Vervelende reacties op haar opname heeft Elsa nooit gehad. Tenminste niet in haar gezicht. “Mijn man was er altijd open over en dan reageerden mensen heel begripvol. Al weet je natuurlijk nooit wat ze écht denken .Een opname is voor veel mensen toch wel heel heftig, ‘dan ben je ver heen’. Sommige vrienden ben ik kwijtgeraakt, lieten nooit meer iets weten. Daar heb ik vrede mee; ik heb er in de kliniek weer mooie vriendschappen voor teruggekregen.”

Taboe

“Door mijn verhaal te doen hoop ik meer bekendheid voor de moeder-baby-unit te krijgen. Weet dat dat bestaat, dat je daar terecht kan met je kindje als dat nodig is. Veel vrouwen lijden onnodig in stilte door het taboe dat nog altijd om dit onderwerp hangt.” Dat merkt Elsa iedere keer weer als iemand het ‘moedig’ noemt wanneer ze haar verhaal doet. “Dit zou niet moedig moeten zijn, maar doodnormaal.”

“Moeder worden is iets intens, helemaal als daar psychische problemen bij komen kijken. Dat kan écht iedereen overkomen, óók de types bij wie je het het minst verwacht. Met mijn verhaal hoop ik ook de vrouwen die in dat schuitje zitten waar ik in zat, een hart onder de riem te steken. Het komt écht goed. Ik dacht ook dat mijn leven ophield, dat ik mezelf op den duur wat aan zou doen omdat de strijd te zwaar werd. Eindstand: alle moeders van toen zijn weer thuis. Ik weet nu: hoe ver je ook in die storm wordt gesleurd, de boei komt uiteindelijk voor iedereen.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *